Prinsjesdag 2026 voor DGA’s en familiebedrijven: de storm die (nog) uitblijft

“Dit jaar relatief weinig nieuws voor DGA- en familiebedrijven Maar dat is geen reden om achterover te leunen, gebruik de relatieve rust om vooruit te kijken.”

‘Wat gaat er dit jaar weer veranderen?’ Het is de vraag die we ieder jaar rond deze tijd het meest horen van DGA’s, opvolgers en familiebedrijven die net orde op zaken hebben gesteld en niet nóg een keer willen schuiven.

Dit jaar is het antwoord verrassend simpel: relatief weinig. Geen grote stelselwijzigingen en voor DGA’s en familiebedrijven geen ingrijpende koerswijzigingen die direct tot actie dwingen. Maar wie daarom achteroverleunt, ziet iets over het hoofd. Juist als de buitenwereld even niet tot handelen dwingt, ontstaat er ruimte om vooruit te kijken. Naar vermogen en eigendom, maar ook naar opvolging, zeggenschap en de vraag of de huidige structuur nog past bij de volgende fase van het bedrijf.

Wat betekent het Belastingplan 2027 voor DGA’s en familiebedrijven en waar is het verstandig nu al over na te denken?

Let op: Het Belastingplan 2027 is op Prinsjesdag aangeboden aan de Tweede Kamer en moet nog parlementair worden behandeld. De voorstellen kunnen gedurende de behandeling in de Tweede en Eerste Kamer dus nog wijzigen.

Box 3: nog steeds in beweging

Wie het dossier box 3 de afgelopen jaren heeft gevolgd, weet inmiddels dat weinig definitief is. Het uitgangspunt blijft dat belasting uiteindelijk wordt geheven over het werkelijke rendement in plaats van over een forfaitair rendement.

Het wetsvoorstel voor een nieuw stelsel is door de Tweede Kamer aangenomen. De beoogde invoeringsdatum is nog altijd 1 januari 2028, maar over de uiteindelijke vormgeving is het laatste woord nog niet gezegd. Het kabinet wil verder bewegen richting een vermogenswinstsystematiek en werkt de komende periode aan de uitwerking daarvan.

Het verschil tussen de mogelijke systemen is wezenlijk. Bij een vermogensaanwasbelasting kunnen ook niet-gerealiseerde waardestijgingen jaarlijks in de heffing worden betrokken. Bij een vermogenswinstbelasting vindt belastingheffing in beginsel plaats wanneer de winst daadwerkelijk wordt gerealiseerd. Voor DGA’s met beleggingen, vastgoed of andere minder liquide vermogensbestanddelen kan dat een behoorlijk verschil maken.

Voor 2027 blijft het huidige stelsel met forfaitaire rendementen en de mogelijkheid van tegenbewijs van belang. Wie kan aantonen dat het werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement, kan onder voorwaarden uitgaan van dat lagere werkelijke rendement.

Ons advies is daarom vooral praktisch: zorg dat de administratie op orde is. Leg het werkelijke rendement goed vast en bewaar de onderliggende stukken. Niet alleen omdat dat voor de tegenbewijsregeling relevant kan zijn, maar ook omdat goed inzicht in uw vermogen nodig is om straks verstandige keuzes te kunnen maken.

Kijk daarbij verder dan alleen box 3. De vraag waar en hoe vermogen het beste kan worden gehouden, laat zich zelden beantwoorden op basis van één belastingtarief. Liquiditeit, risico, investeringsplannen, dividendbeleid en de toekomstige overdracht van vermogen spelen net zo goed een rol.

Kleine verschuivingen, geen reden om alles om te gooien

Ook elders in het Belastingplan zien we vooral beperkte verschuivingen. Tarieven veranderen op onderdelen, terwijl box 2 en de vennootschapsbelasting grotendeels stabiel blijven. Voor vastgoed is onder meer de verlaging van de overdrachtsbelasting voor woningen waarin de koper niet zelf gaat wonen relevant.

Voor individuele ondernemers kunnen die wijzigingen natuurlijk financieel verschil maken. Maar ze zijn wat ons betreft geen reden om een structuur die voor de lange termijn is ingericht ieder jaar opnieuw ter discussie te stellen. Een goede structuur moet tegen een paar procentpunten verandering kunnen.

Dat klinkt misschien vanzelfsprekend, maar in de praktijk zien we regelmatig dat fiscaliteit leidend wordt in beslissingen die eigenlijk over iets anders gaan: over eigendom, zeggenschap, vermogen of opvolging.

Ook elders in het Belastingplan zien we vooral beperkte verschuivingen. Tarieven veranderen op onderdelen, terwijl box 2 en de vennootschapsbelasting grotendeels stabiel blijven. Voor vastgoed is onder meer de verlaging van de overdrachtsbelasting voor woningen waarin de koper niet zelf gaat wonen relevant.

Voor individuele ondernemers kunnen die wijzigingen natuurlijk financieel verschil maken. Maar ze zijn wat ons betreft geen reden om een structuur die voor de lange termijn is ingericht ieder jaar opnieuw ter discussie te stellen. Een goede structuur moet tegen een paar procentpunten verandering kunnen.

Dat klinkt misschien vanzelfsprekend, maar in de praktijk zien we regelmatig dat fiscaliteit leidend wordt in beslissingen die eigenlijk over iets anders gaan: over eigendom, zeggenschap, vermogen of opvolging.

De BOR: eerst de opvolging, dan de fiscaliteit

Dat geldt misschien nog wel sterker voor de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR). Voor veel familiebedrijven is de BOR een belangrijke faciliteit bij de overdracht van ondernemingsvermogen naar een volgende generatie. De afgelopen jaren is de regeling meerdere keren aangepast en ook de komende jaren blijft het verstandig de ontwikkelingen te volgen.

Bij bedrijfsopvolging is de volgorde belangrijk.

Wie gaat het bedrijf straks leiden? Wie wordt eigenaar? Moeten alle kinderen aandeelhouder worden, ook als niet iedereen in het bedrijf werkt? Hoe wordt zeggenschap verdeeld? Wat betekent dat voor kinderen die een andere keuze maken? En welke rol wil de huidige eigenaar zelf nog houden? Dat zijn geen fiscale vragen. Het zijn eigenaarsvragen. Pas als daar een richting in is gekozen, komt de vraag hoe je die richting juridisch en fiscaal zo goed mogelijk organiseert. Natuurlijk kan fiscaliteit invloed hebben op de timing en soms ook op de haalbaarheid van een overdracht. Maar een fiscaal aantrekkelijke overdracht is nog geen geslaagde bedrijfsopvolging.

Gebruik de rust

Misschien is dat wel de belangrijkste boodschap van deze Prinsjesdag. Er verandert relatief weinig. Dat betekent niet dat er niets te doen is. In veel DGA- en familiebedrijven komen de grote vragen pas op tafel als er druk ontstaat. Een regeling verandert. Een overdracht komt dichterbij. Een ondernemer wil echt een stap terug doen. Een kind wil instappen of blijkt dat juist niet te willen. En dan moeten vermogen, eigendom, zeggenschap, leiderschap en opvolging opeens allemaal tegelijk worden opgelost. Dat moment is zelden het beste moment om fundamentele keuzes te maken.

Gebruik de relatieve rust daarom om vooruit te kijken. Hoe wilt u dat het eigendom er over vijf of tien jaar uitziet? Welke rol wilt u zelf nog hebben? Wat wilt u met het vermogen dat in en rondom de onderneming is opgebouwd? Is duidelijk wat u van de volgende generatie verwacht en wat zij zelf eigenlijk willen? En past de structuur die ooit logisch was nog bij de onderneming die er inmiddels staat?

Fiscaliteit doet ertoe. Maar een goede eigenaars- of opvolgingsstrategie begint niet bij de vraag welke fiscale route vandaag het voordeligst is. Die begint bij de vraag waar u met het bedrijf, het eigendom en de familie naartoe wilt. Als dat helder is, kunt u daar samen met fiscalist, accountant en notaris de juiste structuur bij organiseren. Niet andersom.

Door: Femke Storm, met medewerking van Edo van Haarlem (Associate Partner Boardtrust) – september 2026


Meer weten?

Femke Storm helpt je graag verder.

Femke Storm

Founder